Het mosterdzaadje

Het verhaal over het mosterdzaadje vind je op drie plaatsen in de Bijbel:
– Matteüs 13:31-32
– Marcus 4:30-32
– Lucas 13:18-19
Jezus vertelt in deze gelijkenis over een piepklein mosterdzaadje. Het is maar heel klein, maar als het wordt gezaaid, groeit het uit tot een grote plant. Aan dat plantje komen weer nieuwe zaadjes. Als die zaadjes op de grond vallen, komen ook daar weer nieuwe plantjes uit.
Soms kunnen we naar kinderen kijken en onszelf afvragen: ‘Komt het geloof wel echt binnen?’
Daar mogen we op vertrouwen, want geloven begint klein:
Een liedje dat steeds opnieuw wordt gezongen.
Een gebedje voor het slapengaan.
Een Bijbelverhaal op schoot.
Een dankjewel voor iets moois.
Een moment waarop je zegt: ‘God houdt van jou’.
Allemaal zaadjes die wij als ouder/verzorger/kinderwerk mogen zaaien.
En… God geeft de groei.
Spel bij het mosterdzaadje
Laat een van de kinderen op de grond hurken.
Loop erlangs met een gieter en doe net of je water geeft.
Zegt: ‘Het zaadje groeit!’. Laat het kind opstaan met de armen omhoog.
Laat nu een paar andere kinderen gehurkt om het kind gaan zitten.
Loop weer langs met de gieter. ‘Kunnen deze zaadjes ook groeien’?
Laat alle kinderen zich zo groot mogelijk maken.
Knutselen en kleuren bij het mosterdzaadje
Maak samen een plant op papier. Plak daarna kleine zaadje op de grond bij het plantje. Je kunt ook deze kleurplaat maken of deze knutsel.




